Het bijvullen van de cv - installatie is nodig als de druk 1,0 bar of lager is. Dit is zichtbaar op het display of de meter van de cv-installatie.
Zorg ervoor dat de cv-ketel uit staat en afgekoeld is voordat je begint. Zet de thermostaat zo laag mogelijk en draai alle radiatoren in huis helemaal open. Laat de CV afkoelen tot 40 graden. Dit duurt ongeveer 15 a 20 minuten.
Sluit één uiteinde van de vulslang aan op de kraan bij de waterleiding. Houd de andere kant van de vulslang boven een emmer en draai de kraan even open om de slang te vullen met water, zodat er geen lucht meer in zit. Dit voorkomt dat er lucht in de cv-installatie komt. Draai de kraan dicht als er water uit de slang komt
Bevestig het andere uiteinde van de gevulde vulslang aan de vulkraan van de cv-ketel. Dit is een kleine kraan onder de ketel.
Open nu eerst de kraan bij de waterleiding en daarna de vulkraan van de cv-ketel. Laat het water in de ketel stromen. Houd tijdens het bijvullen de drukmeter goed in de gaten. Zodra de druk de gewenste waarde van 1,5 tot 1,8 bar bereikt, sluit u eerst de vulkraan van de cv-ketel en daarna de kraan bij de waterleiding.
Ontkoppel de vulslang voorzichtig van de cv-ketel en daarna van de waterleiding. Leg een doek klaar om eventueel gemorst water op te vangen.
Zet de cv-ketel weer aan en controleer of alles goed werkt en of de druk stabiel blijft.
Als de druk na het bijvullen weer daalt, kan er lucht in het systeem zitten. Ontlucht de radiatoren en controleer daarna de druk opnieuw.